5.Toelichting op de balans per 31 december 2025
ACTIVA
VASTE ACTIVA
1. Vastgoedbeleggingen
DAEB vastgoed in exploitatie en niet-DAEB vastgoed in exploitatie
| |
DAEB vastgoed in exploitatie |
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie |
| |
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
€ |
€ |
| Boekwaarde per 1 januari |
|
|
|
|
| Cumulatieve verkrijgings- of vervaardingsprijs |
154.676.032 |
143.418.557 |
3.489.589 |
3.499.955 |
| Herwaardering |
190.920.852 |
164.704.996 |
2.612.169 |
2.103.206 |
| Cumulatieve waardeveranderingen |
8.762.279 |
8.762.279 |
297.853 |
297.853 |
| Boekwaarde per 1 januari |
354.359.163 |
316.885.832 |
6.399.611 |
5.901.014 |
| |
|
|
|
|
| Mutaties |
|
|
|
|
| Investeringen - uitgaven na eerste verwerking |
2.450.582 |
2.137.806 |
1.797 |
8.678 |
| Aankoop |
- |
281.180 |
- |
- |
| Onttrekking voorziening onrendabele investeringen |
-311.471 |
-18.888 |
- |
-4.444 |
| Desinvestering niet-gerealiseerde waardeverandering |
- |
- |
- |
- |
| Desinvesteringen verkrijgings- of vervaardingsprijs |
-805.409 |
-26.353 |
- |
-14.600 |
| Desinvesteringen herwaarderingen |
-1.467.629 |
-131.981 |
- |
-45.065 |
| Overboekingen van vastgoed in ontwikkeling |
5.175.467 |
8.883.730 |
982.254 |
- |
| Aanpassing marktwaarde herwaarderingen |
15.846.269 |
26.347.837 |
478.221 |
554.028 |
| Totaal mutaties 2025 |
20.887.809 |
37.473.331 |
1.462.272 |
498.597 |
| |
|
|
|
|
| Boekwaarde per 31 december |
|
|
|
|
| Cumulatieve verkrijgings- of vervaardingsprijs |
161.185.201 |
154.676.032 |
4.473.640 |
3.489.589 |
| Herwaarderingen |
205.299.492 |
190.920.852 |
3.090.390 |
2.612.169 |
| Cumulatieve waardeveranderingen |
8.762.279 |
8.762.279 |
297.853 |
297.853 |
| |
375.246.972 |
354.359.163 |
7.861.883 |
6.399.611 |
Uitgangspunten marktwaarde
De onderverdeling van het vastgoed in exploitatie naar vastgoedtype is als volgt:
Het DAEB-vastgoed in exploitatie is gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat die is bepaald op basis van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ die als bijlage is opgenomen bij de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting (RTIV). Hierbij wordt op basis van de toekomstige kasstromen de marktwaarde middels de Discounted Cash Flow (DCF) Methode bepaald.
Om de te verwachten kasstromen in de DCF-berekening te bepalen, wordt gebruik gemaakt van de macro-economische parameters uit het handboek modelmatig waarderen marktwaarde.
Bij het bepalen van de marktwaarde is de full versie van het waarderingshandboek gehanteerd. De variabelen in de berekening zijn conform het waarderingshandboek gehanteerd. Aangezien de fullversie van het handboek is gehanteerd, is de marktwaarde gebaseerd op een waardering door een onafhankelijke en ter zake deskundige taxateur. Om de te verwachten kasstromen in de DCF-berekening te bepalen, wordt gebruik gemaakt van de macro-economische parameters uit het handboek modelmatig waarderen marktwaarde.
Complexindeling
Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden, dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie, en dat als één geheel aan een derde partij in verhuurde staat verkocht kan worden. Er bestaat geen minimum of maximum voor het aantal verhuureenheden in een waarderingscomplex. De waarderingscomplexen ten behoeve van de berekening van de marktwaarde zijn door middel van de volgende indeling bepaald:
| Locatie (gemeente/postcode) |
|
Type |
Bouwjaar |
| Sittard-Geleen |
6121 |
Eengezinswoning |
1920 – 1939 |
| |
6122 |
Meergezinswoning |
1940 – 1959 |
| |
6123 |
Parkeerplaats |
1960 – 1974 |
| |
6127 |
Garagebox |
1975 – 1989 |
| |
|
|
1990 – 2004 |
| |
|
|
>= 2005 |
| |
|
|
|
| Stein |
6171 |
Eengezinswoning |
1940 – 1959 |
| |
6181 |
Meergezinswoning |
1960 – 1974 |
| |
|
Parkeerplaats |
1975 – 1989 |
| |
|
Garagebox |
1990 – 2004 |
| |
|
|
>= 2005 |
Disconteringsvoet
De volgende spreiding van de disconteringsvoet is gebruikt voor de verschillende categorieën onroerende zaken:
| Categorie onroerende zaken |
Spreiding disconteringsvoet |
| Woongelegenheden |
3,00% - 17,25% |
| Standplaatsen |
4,16% - 8,27% |
| Parkeergelegenheden |
4,25% - 12,75% |
Methoden
De marktwaarde is verhuurde staat is bepaald op basis van de Discounted Cash Flow (DCF) methode en is per categorie vastgoed als volgt:
| Categorie onroerende zaken |
Methoden |
| Woongelegenheden |
De hoogste waarde van de twee scenario’s (doorexploiteerscenario of uitpondscenario) leidt tot de marktwaarde van het waarderingscomplex |
| Parkeergelegenheden |
De hoogste waarde van de twee scenario’s (doorexploiteerscenario of uitpondscenario) leidt tot de marktwaarde van het waarderingscomplex |
| Standplaatsen |
De hoogste waarde van de twee scenario’s (doorexploiteerscenario of uitpondscenario) leidt tot de marktwaarde van het waarderingscomplex |
| Parameters woongelegenheden |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 e.v. |
| Prijsinflatie |
2,60% |
2,20% |
2,20% |
2,20% |
2,00% |
2,00% |
| Looninflatie |
4,20% |
3,30% |
3,30% |
3,30% |
2,50% |
2,50% |
| Bouwkostenstijging |
4,20% |
3,30% |
3,30% |
3,30% |
2,50% |
2,50% |
| Leegwaardestijging |
4,00% |
2,00% |
2,00% |
2,00% |
2,00% |
2,00% |
| Instandhoudingsonderhoud per vhe: |
|
| - Doorexploitatie EGW (€) |
1.800 - 2.549 |
| - Doorexploitatie MGW (€) |
1.582 - 2.491 |
| - Uitponden EGW (€) |
1.267 - 1.785 |
| - Uitponden MGW (€) |
1.107 - 1.743 |
| - Beheerkosten EGW (€) |
569,07 |
| - Beheerkosten MGW (€) |
558,41 |
| Aandeel administratief beheer |
45% |
| Aandeel technische beheer |
55% |
| Gemeentelijke OZB (% WOZ) Sittard - Geleen |
0,1652% |
| Gemeentelijke OZB (% WOZ) Stein |
0,1151% |
| Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) |
0,0700% |
| |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 e.v. |
| Bepaling huurindex op basis van opslag en grondslag gereguleerde woningen vóór harmonisatie |
3,63% |
3,10% |
3,01% |
2,94% |
2,91% |
2,66% |
| Bepaling huurindex op basis van opslag en grondslag geliberaliseerde woningen vóór harmonisatie, midden segment |
5,90% |
5,20% |
4,30% |
4,30% |
4,30% |
3,50% |
| Bepaling huurindex op basis van opslag en grondslag geliberaliseerde woningen vóór harmonisatie, hoog segment |
4,20% |
3,60% |
3,20% |
2,20% |
2,20% |
2,00% |
| |
2025 |
| Huurderving (% van de huursom) |
1% |
| Mutatieleegstand (in maanden) Gereguleerde woningen |
0 |
| Mutatieleegstand (in maanden) Geliberaliseerde woningen |
3 |
| Mutatieleegstand (in maanden) Verkoop |
0 |
| Juridische splitsingskosten per eenheid (€) |
675,55 |
| Technische splitsingskosten per eenheid (€) |
N.V.T. |
| Verkoopkosten (van de leegwaarde) |
1% |
| Parameters parkeergelegenheden |
2025 |
| Instandhoudingsonderhoud parkeerplaats per jaar (€) |
70,99 |
| Instandhoudingsonderhoud garagebox per jaar (€) |
238,98 |
| Beheerkosten parkeerplaatsen per jaar (€) |
35,49 |
| Beheerkosten garagebox per jaar (€) |
48,51 |
| Belastingen en verzekeringen (% van de WOZ-waarde) |
0,23% |
| Juridische splitsingskosten parkeergelegenheden (per eenheid) (€) |
675,55 |
| Verkoopkosten per eenheid (€) |
675,55 |
| Mutatieleegstand in maanden |
6 |
| Overdrachtskosten: |
|
| Overdrachtsbelasting |
8,0% |
| Overige aankoopkosten |
1% |
Inschakeling taxateur
Er heeft voor het volledige bezit in 2025 een volledige taxatie plaatsgevonden. Taxatie vindt plaats door een onafhankelijke en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs. Het taxatierapport en het taxatiedossier waarin de waardering en de daarbij gehanteerde aanpassingen ten opzichte van de basisvariant zijn onderbouwd en vastgelegd, zijn in het bezit van woonstichting Zaam Wonen en op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit woningcorporaties.
Toepassing vrijheidsgraden
Bij het bepalen van de marktwaarde is de full-versie van het waarderingshandboek gehanteerd. De variabelen in de berekening zijn conform het waarderingshandboek gehanteerd met uitzondering van de volgende vrijheidsgraden:
Markthuur(stijging)
Ten behoeve van de Full-versie heeft de taxateur de markthuur comparatief bepaald. Hierbij zijn aanbod- en transactie-referenties in de directe omgeving van het getaxeerde geanalyseerd. In de objectrapportage van de betreffende objecten zijn hiertoe referenties opgenomen. Op grond van een analyse van het object en de referenties is de markthuur per object vastgesteld. De markthuur in de Basis-versie wordt door opdrachtgever ingevoerd en is conform opgave opdrachtgever bepaald aan de hand van de huidige huurinkomsten van de objecten. Het kan derhalve voorkomen dat de huurinkomsten niet in lijn liggen met de markthuur. Dit is hoofdzakelijk te verklaren door veranderende marktomstandigheden. Voor de objecten waar in de Full-versie is afgeweken van de Basis-versie kan worden gesteld dat de huurinkomsten conform taxateur niet in lijn liggen met de huidige markthuur.
Exit yield
Ten behoeve van de Full-versie is de Exit-Yield door taxateur in eerste instantie comparatief bepaald. Hierbij wordt uitvoerig gekeken naar verschillende objectkenmerken, zoals ligging, staat van onderhoud en aard van het object. De Exit-Yield is vervolgens vastgelegd in het rekenmodel van taxateur. De in het rekenmodel vastgestelde waarde en parameters worden vervolgens verwerkt in het VMS. In de Basis-versie wordt bij het bepalen van de Exit-Yield in mindere mate rekening gehouden met de in bovenstaande genoemde objectkenmerken. Dit blijkt uit de bandbreedte van de Exit-Yield uit de Basis-versie. Uit analyse door taxateur in het kader van de Full-versie blijkt dan dat de Exit-Yield onvoldoende aansluit bij het type object. Op basis hiervan kan de afwijking van de Basis-versie grotendeels verklaard worden.
Leegwaarde(stijging)
Ten behoeve van de Full-versie heeft de taxateur de leegwaarde comparatief bepaald. Hierbij zijn aanbod- en transactie-referenties in de directe omgeving van het getaxeerde geanalyseerd. In de objectrapportage van de betreffende objecten zijn hiertoe referenties opgenomen. Op grond van een analyse van het object en de referenties is de leegwaarde per object vastgesteld. De leegwaarde in de Basis-versie wordt door opdrachtgever ingevoerd en is conform opgave opdrachtgever bepaald aan de hand van de huidige WOZ - waarden van de objecten. Het kan derhalve voorkomen dat de WOZwaarden niet in lijn liggen met de leegwaarde. Voor de objecten waar in de Full-versie is afgeweken van de Basis-versie kan worden gesteld dat de leegwaarde conform taxateur niet in lijn liggen met geïndexeerde WOZ-waarde. Hiermee kan de afwijking van de Basis-versie grotendeels verklaard worden.
Disconteringsvoet
Ten behoeve van de Full-versie is de disconteringsvoet door taxateur in eerste instantie comparatief bepaald. Hierbij wordt uitvoerig gekeken naar verschillende objectkenmerken, zoals ligging, staat van onderhoud en aard van het object. De disconteringsvoeten zijn vervolgens vastgelegd in de rekenmodellen van de taxateur. Hierbij is deze in zijn geheel vastgesteld zonder onderscheid te maken in de diverse opslagen zoals het Handboek voorschrijft. Om de vertaling naar het handboek en TMS te maken is vervolgens per opslagcategorie de analyse gemaakt en is een uniforme verdeling gemaakt per type object en ligging. In de Basisversie wordt bij het bepalen van de disconteringsvoet in mindere mate rekening gehouden met de in bovenstaande genoemde objectkenmerken. Dit blijkt uit de bandbreedte van de disconteringsvoet uit de Basisversie. Uit analyse door taxateur in het kader van de Full-versie blijkt dat de disconteringsvoet onvoldoende aansluit bij het type object. Op basis hiervan kan de afwijking van de Basis-versie grotendeels verklaard worden.
Mutatie- en verkoopkans
De mutatie- en verkoopkans is in beginsel bepaald middels een 5-jaars gemiddelde op basis van historische gegevens. Ten behoeve van de Full-versie heeft de taxateur de mutatie- en verkoopkans aangepast indien deze naar inzicht van de taxateur hoger of lager dient te zijn dan het 5-jaars gemiddelde.
Onderhoud
Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een inschatting van regulier onderhoud op basis van de Vastgoedtaxatiewijzer 2025 beter passend.
Verstrekte zekerheden
Het onroerend goed is wat betreft vreemd vermogen nagenoeg in zijn geheel gefinancierd met rijksleningen of met kapitaalmarktleningen onder overheidsgarantie waarvoor jegens Waarborgfonds Sociale Woningbouw een obligoverplichting geldt, die is opgenomen onder de "Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen". Als gevolg hiervan is het onroerend goed dat met deze leningen is gefinancierd niet hypothecair bezwaard.
Verloopstaat Marktwaarde 2024 - 2025
Het verloop van de marktwaarde is als volgt:
| (x € 1.000) |
DAEB |
Niet-DAEB |
Totaal |
| Marktwaarde 2024 |
354.359 |
6.400 |
360.759 |
| |
|
|
|
| Voorraadmutaties |
|
|
|
| Verkoop / sloop / overig |
-2.273 |
- |
-2.273 |
| Nieuwbouw / aankoop / overig |
1.673 |
1.078 |
2.751 |
| Subtotaal voorraadmutaties |
-600 |
1.078 |
478 |
| |
|
|
|
| Mutatie vastgoedgegevens |
|
|
|
| Contracthuur en leegstand |
10.009 |
90 |
10.099 |
| Maximale huur / Mutatiegraad doorexploiteren |
-1.155 |
10 |
-1.145 |
| WOZ-waarde |
-859 |
-7 |
-866 |
| Complexdefinitie en verkooprestricties |
3.659 |
- |
3.659 |
| Subtotaal mutatie vastgoedgegevens |
11.654 |
93 |
11.747 |
| |
|
|
|
| |
|
|
|
| Marktontwikkelingen |
|
|
|
| Macro-economische parameters |
65 |
- |
65 |
| Mutatiegraad uitponden |
-1.141 |
-1 |
-1.142 |
| Reguliere huurstijging |
-4.129 |
-50 |
-4.179 |
| Markthuur |
5.549 |
16 |
5.565 |
| Leegwaarde |
10.825 |
292 |
11.117 |
| Leegwaardestijging |
4.882 |
89 |
4.971 |
| Splitsings- en verkoopkosten |
-40 |
-8 |
-48 |
| Instandhoudings- en mutatieonderhoud |
-3.192 |
-47 |
-3.239 |
| Beheerkosten |
-636 |
-10 |
-646 |
| Belastingen en verzekeringen |
345 |
3 |
348 |
| Disconteringsvoet |
-10.444 |
-101 |
-10.545 |
| Exit yield |
7.750 |
108 |
7.858 |
| Subtotaal parameteraanpassingen als gevolg van marktontwikkelingen |
9.834 |
291 |
10.125 |
| |
|
|
|
| Marktwaarde 2025 |
375.247 |
7.862 |
383.109 |
| Percentage marktwaarde 2025 t.o.v. 2024 |
105,89% |
122,84% |
106,20% |
WOZ-informatie:
In de post DAEB-vastgoed in exploitatie zijn 2.653 (2024: 2.671) verhuureenheden opgenomen en in de post niet-DAEB zijn 331 (2024: 327) verhuureenheden opgenomen.
De geschatte waarde gebaseerd op de meest recente WOZ-beschikking (peildatum 1 januari 2025) van deze verhuureenheden bedraagt € 601 miljoen (2024: € 529 miljoen peildatum 1 januari 2024).
Beleidswaarde
De beleidswaarde ultimo 2025 bedraagt € 263.630.248.
Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
| |
DAEB |
niet-DAEB |
| Gemiddelde streefhuur per maand voor: |
|
|
| - Eengezinswoningen |
€ 716 |
€ 1.100 |
| - Meergezinswoningen |
€ 652 |
€ 1.038 |
| Norm beheerlasten per jaar per woning |
€ 1.228 |
€ 1.242 |
| Ingerekende onderhoudslasten per woning |
€ 3.053 |
€ 3.100 |
| Aantal verhuureenheden met EFG label |
208 |
- |
In de MJOB houdt Zaam Wonen rekening met de volgende cycli:
| Type |
Periodiciteit |
| Buitenschilderwerk |
6 jaar |
| Binnenschilderwerk |
10 jaar |
| Dakvervanging pan |
50 jaar |
| Dakvervanging plat |
20 jaar |
| Voegwerk |
50 jaar |
| Kozijnvervanging |
50 jaar |
| Keukens |
18 jaar |
| Badkamer |
25 jaar |
| Toilet |
25 jaar |
| Cv-ketel |
18 jaar |
| Garagepoorten |
25 jaar |
| Zonwering |
25 jaar |
Streefhuur
Het streefhuurbeleid van Woonstichting Zaam Wonen is als volgt:
Woonstichting Zaam Wonen maakt geen gebruik van tweehurenbeleid. In de bepaling van de beleidswaarde is om die reden uitgegaan van een realisatiegraad van 100% van de vastgestelde streefhuur.
Onderhoud
De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:
- Reparatie- en klachtenonderhoud
- Mutatieonderhoud
- Contractonderhoud
- Planmatig onderhoud
De in de meerjarenonderhoudsbegroting opgenomen geschatte lasten inzake Reparatie- en klachtenonderhoud alsmede mutatie onderhoud zijn mede gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke worden geïndexeerd met de bouwkostenindex. Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties.
Het planmatige onderhoud is gebaseerd op de meerjarenonderhoudsbegroting. (MJOB) van Woonstichting Zaam Wonen. De MJOB gaat uit van al die werkzaamheden die meerjarig (zowel de lange als korte onderhoudscycli) moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden dat sprake is en blijft van minimaal een conditiescore 4.
De MJOB is gebaseerd op de bekende onderhoudsstaat van het bezit. Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht Woonstichting Zaam Wonen periodiek conditiemetingen.
Bij het opstellen van de MJOB houdt Woonstichting Zaam Wonen rekening met actuele prijspeil, uitgevoerde aanbestedingen waarvan we marktconforme prijzen hebben en nieuwe contracten die zijn afgesloten.
De timing wanneer verschillende onderhoudscycli worden uitgevoerd, is gebaseerd op een schatting. Het daadwerkelijke jaar van uitvoering is niet exact voorspelbaar en afhankelijk van meerdere factoren. De impact van een individuele verschuiving in de tijd van planmatig onderhoud in de 60 jaar prognose is van geringe betekenis op de uitkomst van de beleidswaarde als geheel. Daarnaast zal een verschuiving op complexniveau gecompenseerd kunnen worden met een verschuiving bij een ander complex. De omvang van het planmatige onderhoud als geheel tendeert derhalve naar een ideaalcomplex. De exacte timing van uitgaven valt derhalve onder de aanwezige schattingsonzekerheid.
In de MJOB houdt Woonstichting Zaam Wonen rekening met de volgende cycli:
De MJOB is opgesteld rekening houdend met verwachte toekomstige ingrijpende verbouwingen, renovaties, sloop, nieuwbouw en verkoop. Ten behoeve van de beleidswaarde die gebaseerd dient te worden een 60 jaren doorlopende exploitatieperiode zijn de volgende correcties doorgevoerd op de MJOB:
- De levensduur van de complexen is verlengd naar 60 jaar
- Sloopcomplexen zijn opgevoerd qua verwacht onderhoud op basis van het behouden van een minimale conditiescore van 4
- Ingrijpende verbouwingen en renovaties zijn niet aangepast in de MJOB daar Woonstichting Zaam Wonen van mening is dat de complexen waarop dit van toepassing is geen significante invloed hebben op het totaal van de MJOB van Woonstichting Zaam Wonen
- Nieuwbouw en verkoop is buiten beschouwing gelaten.
EFG labels
Woonstichting Zaam Wonen heeft nog 208 eenheden waarop een EFG label van toepassing is. Voor deze complexen is geen correctie doorgevoerd op de MJOB aangezien het aantal dusdanig laag is dat opname van de normbedragen vanuit het Handboek modelmatig waarderen niet leidt tot een materieel andere schatting van de beleidswaarde.
Beheerlasten en sociale disconteringsvoet
De beheerlastennorm is gebaseerd op de door het bestuur en Raad van Commissarissen goedgekeurde Meerjarenbegroting 2026 - 2035.
Sociale disconteringsvoet wordt jaarlijks gepubliceerd door de Autoriteit Wonen. De hoogte van de gehanteerde disconteringsvoet 2025 bedraagt voor DAEB bezit 4,22% en voor niet-DAEB bezit 4,76%.
Sensitiviteitsanalyse
De bepaling van de beleidswaarde is aan schattingen onderhevig. Teneinde inzicht te geven in de potentiële impact van een alternatieve schatting op de beleidswaarde uitkomst hebben wij de navolgende sensitiviteitsanalyse verricht. In onderstaande tabel wordt aangegeven welke effect een positieve of negatieve aanpassing van de schatting heeft op de beleidswaarde 2025:
| Uitgangspunten voor: |
2025 |
| Disconteringsvoet |
4,22% DAEB en 4,76% niet-DAEB |
| Streefhuur per maand |
€ 691 |
| Lasten onderhoud per woning |
€ 3.053 |
| Lasten beheer per woning |
€ 1.229 |
Zekerheden en beperkingen
Zonder toestemming van het WSW is het de corporatie niet toegestaan om de woningen die met door het WSW geborgde leningen zijn gefinancierd te bezwaren met een beperkt recht (recht van pand/hypotheek, recht van opstal, recht van erfpacht, recht van vruchtgebruik) of de verplichting aan te gaan om deze woningen met een zekerheidsrecht te bezwaren (positieve hypotheekverklaring). Als gevolg hiervan zijn de woningen die met geborgde leningen zijn gefinancierd, niet met hypothecaire zekerheden bezwaard. Daarnaast heeft het WSW recht van eerste hypotheek op de woningen van de corporatie betreffende de door het WSW geborgde financiering.
Voor de door het WSW verstrekte borgstelling heeft de corporatie een obligoverplichting gebaseerd op de omvang van de door het WSW geborgde leningen. Deze obligoverplichting is in de toelichting op de geconsolideerde balans vermeld onder de Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa.
Beleidswaarde
De beleidswaarde is van de marktwaarde afgeleid in overeenstemming met de uitgangspunten zoals deze door de Autoriteit Wonen (‘Aw’) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (‘WSW’) zijn voorgeschreven.
Omdat de doelstelling van woonstichting Zaam Wonen is te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde in de toekomst zal worden gerealiseerd. Derhalve wordt hieronder de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie toegelicht. Deze beleidswaarde sluit aan op het beleid van woonstichting Zaam Wonen en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed uitgaande van dit beleid.
De beleidswaarde van het DAEB-vastgoed in exploitatie bedraagt per 31 december 2025 € 253.208.635. De beleidswaarde van het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie bedraagt per 31 december 2025 € 7.211.534.
Bij het bepalen van de beleidswaarde is het waarderingshandboek gehanteerd. De berekening van de beleidswaarde kent als startpunt de marktwaarde. De beleidswaarde wordt bepaald door op vier aspecten aanpassingen door te voeren in de uitgangspunten van de berekening van de marktwaarde. Deze aspecten zijn:
- beschikbaarheid: voor de gehele portefeuille wordt het doorexploiteerscenario gehanteerd;
- betaalbaarheid: de markthuur wordt vervangen door de beleidshuur;
- kwaliteit: de marktnorm voor onderhoud wordt vervangen door de toekomstige onderhoudslasten van de woningcorporatie;
- beheer: de marktnorm voor beheer wordt vervangen door de beheernorm van de woningcorporatie.
- disconteringsvoet: inrekening van de sociale disconteringsvoet in plaats van de marktdisconteringsvoet.
Beleidswaarde
De aansluiting tussen de marktwaarde en de beleidswaarde kan als volgt worden weergegeven:
| |
DAEB vastgoed in exploitatie |
niet-DAEB vastgoed in exploitatie |
| |
€ |
€ |
| Marktwaarde per 31 december 2025 |
375.246.972 |
7.861.883 |
| |
|
|
| Aanpassing naar beleid doorexploiteren |
42.537.957 |
-286.539 |
| Aanpassing naar huurbeleid |
-114.567.255 |
-650.627 |
| Aanpassing onderhoudsnorm naar beleid Zaam Wonen |
-84.149.832 |
-581.504 |
| Aanpassing beheerkosten naar werkelijke uitgaven beheer |
-24.095.404 |
-157.667 |
| Aanpassing naar sociale disconteringsvoet |
58.236.197 |
1.025.988 |
| Totaal aanpassingen |
-122.038.337 |
-650.349 |
| |
|
|
| Beleidswaarde per 31 december 2025 |
253.208.635 |
7.211.534 |
De op- afslagen op de marktwaarde kunnen als volgt worden toegelicht:
Opslag wegens beschikbaarheid (doorexploiteerscenario)
Hierbij wordt enkel uitgegaan van het doorexploiteerscenario, derhalve wordt er geen rekening gehouden met een uitpondscenario en voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie.
Afslag wegens betaalbaarheid (beleidshuur)
Hierbij wordt de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur ingerekend bij (huurders)mutaties.
Afslag wegens kwaliteit (onderhoud)
Hierbij zijn de toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het (onderhouds)beleid en meerjaren onderhoudsbegroting van Zaam Wonen opgenomen. Tevens zijn de indirecte toerekeningen (conform functionele toedeling) aan onderhoudslasten hierin meegenomen.
De gemiddelde onderhoudsnorm bedraagt € 3.053. Dit in plaats van de onderhoudsnormen in de markt.
Afslag wegens beheer (beheerskosten)
Hierbij worden de toekomstige verhuur en beheerslasten (conform de meerjarenbegroting) in plaats van de marktconforme lasten ingerekend.
Hieronder wordt verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van Zaam Wonen. De gemiddelde beheersnorm bedraagt € 1.229.
Opslag disconteringsvoet:
De disconteringsvoet wordt losgekoppeld van de disconteringsvoet van de marktwaarde en wordt jaarlijks voorgeschreven. De gehanteerde disconteringsvoet voor boekjaar 2025 bedraagt 4,22% voor DAEB bezit en 4,76% voor het niet-Daeb bezit.
In onderstaande tabellen wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van deze uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:
| Effect op beleidswaarde: |
Mutatie t.o.v. uitgangspunt |
Effect op beleidswaarde |
| Disconteringsvoet |
0,5% hoger |
€ -27.912.699 |
| Streefhuur per maand |
€ 25 hoger |
€ 16.866.076 |
| Lasten onderhoud per jaar |
€ 100 hoger |
€ -10.498.725 |
| Lasten beheer per jaar |
€ 100 hoger |
€ -10.498.725 |
In het bestuursverslag is een beleidsmatige beschouwing opgenomen over het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van de onroerende zaken in exploitatie.
Overige vastgoedbeleggingen
| |
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden |
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie |
| |
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
€ |
€ |
| Boekwaarde per 1 januari |
|
|
|
|
| Cumulatieve verkrijgings- of vervaardingsprijs |
1.585.936 |
1.585.936 |
5.970.236 |
2.107.353 |
| Cumulatieve waardeveranderingen |
1.190.944 |
895.991 |
- |
- |
| Boekwaarde per 1 januari |
2.776.880 |
2.481.927 |
5.970.236 |
2.107.353 |
| |
|
|
|
|
| Mutaties |
|
|
|
|
| Investeringen |
- |
- |
6.362.789 |
19.698.997 |
| Afboeking kosten |
- |
- |
-22.665 |
-387.135 |
| Overboeking naar vastgoed in exploitatie |
- |
- |
-6.157.722 |
-9.164.910 |
| Terugneming waardeverminderingen ten gunste van het eigen vermogen |
200.961 |
294.953 |
- |
- |
| Toegerekende kosten |
- |
- |
172.227 |
186.500 |
| Ten laste van de voorziening Onrendabele investeringen en herstructureringen |
- |
- |
-6.152.341 |
-6.470.569 |
| Totaal mutaties |
200.961 |
294.953 |
-5.797.712 |
3.862.883 |
| |
|
|
|
|
| Boekwaarde per 31 december |
|
|
|
|
| Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs |
1.585.936 |
1.585.936 |
172.524 |
5.970.236 |
| Cumulatieve waardeveranderingen |
1.391.905 |
1.190.944 |
- |
- |
| Boekwaarde per 31 december |
2.977.841 |
2.776.880 |
172.524 |
5.970.236 |
Bij de contracten gebaseerd op het "Terugkoopplicht"-principe geldt dat er sprake is van verleende kortingen van 30%. Daarnaast heeft Zaam Wonen een terugkoopplicht.
Het aandeel van Zaam Wonen in de waardeontwikkeling van de woningen is 50% in 2025 en 50% in 2024. In 2025 zijn geen woningen teruggekocht (2024: geen woningen).
Ultimo 2025 zijn nog 16 woningen (2024: 16 woningen) verkocht onder voorwaarden.
De actuele waarde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden is gebaseerd op de ontwikkeling van de Prijsindex Bestaande Koopwoningen, zoals gepubliceerd door het kadaster. De index is een gezamelijke uitgave van het Kadaster en het CBS.
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie:
De investeringen vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie bestaan uit de ontwikkelingsprojecten Nieuwdorp en diverse kosten voor voorbereidende projecten. Het betreft hier onderzoekskosten, begeleiding externe adviseur.
Onderstaand een uitsplitsing van de DAEB en niet-DAEB investeringen:
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
| |
DAEB |
niet-DAEB |
MOG |
| |
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
€ |
€ |
€ |
€ |
| Boekwaarde per 1 januari |
|
|
|
|
|
|
| Cumulatieve verkrijgings- of vervaardingsprijs |
4.930.428 |
1.931.579 |
947.240 |
175.774 |
92.568 |
- |
| Cumulatieve waardeveranderingen |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
| Boekwaarde per 1 januari |
4.930.428 |
1.931.579 |
947.240 |
175.774 |
92.568 |
- |
| |
|
|
|
|
|
|
| Mutaties |
|
|
|
|
|
|
| Investeringen |
6.020.935 |
18.818.439 |
301.360 |
789.953 |
40.494 |
90.605 |
| Afboeking kosten herstructurering Nieuwdorp |
30.113 |
-362.687 |
- |
-21.652 |
- |
-411 |
| Afboeking geannuleerde projecten |
-52.778 |
-2.385 |
- |
- |
- |
- |
| Overboeking naar vastgoed in exploitatie |
-5.175.468 |
-9.164.910 |
-982.254 |
- |
- |
- |
| Toegerekende kosten |
164.326 |
180.961 |
4.467 |
3.165 |
3.434 |
2.374 |
| Ten laste van de voorziening Onrendabele investeringen en herstructureringen |
-5.745.032 |
-6.470.569 |
-270.813 |
- |
-136.496 |
- |
| Totaal mutaties |
-4.757.904 |
2.998.849 |
-947.240 |
771.466 |
-92.568 |
92.568 |
| |
|
|
|
|
|
|
| Boekwaarde per 31 december |
|
|
|
|
|
|
| Cumulatieve verkrijgings- of vervaardingsprijs |
172.524 |
4.930.428 |
- |
947.240 |
- |
92.568 |
| Cumulatieve waardeveranderingen |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
| Boekwaarde per 31 december |
172.524 |
4.930.428 |
- |
947.240 |
- |
92.568 |
2. Materiële vaste activa
| |
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie |
| |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Boekwaarde per 1 januari |
|
|
| Cumulatieve verkrijgings- of vervaardingsprijs |
3.705.395 |
3.616.907 |
| Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen |
-2.362.031 |
-2.210.498 |
| Boekwaarde per 1 januari |
1.343.364 |
1.406.409 |
| |
|
|
| Mutaties |
|
|
| Investeringen |
262.648 |
101.988 |
| Aanschafwaardewaarde desinvesteringen |
-705 |
-13.500 |
| Afschrijving desinvesteringen |
167 |
10.500 |
| Afschrijvingen |
-167.321 |
-162.033 |
| Totaal mutaties boekjaar |
94.789 |
-63.045 |
| |
|
|
| Boekwaarde per 31 december |
|
|
| Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs |
3.967.338 |
3.705.395 |
| Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen |
-2.529.185 |
-2.362.031 |
| Boekwaarde per 31 december |
1.438.153 |
1.343.364 |
Afschrijvingen
De afschrijvingstermijnen en gevolgde systematiek luiden als volgt:
| Omschrijving |
Type afschrijving |
Afschrijvingstermijn |
| Bedrijfsgebouwen |
lineair |
50 jaar |
| Terreinen |
geen |
|
| Installaties |
lineair |
18 jaar |
| Inventaris |
lineair |
3-5-10-15 jaar |
| Vervoermiddelen |
lineair |
5 jaar |
3. Financiële vaste activa
Latente belastingvordering(en)
De latenties uit hoofde van tijdelijke verschillen, zijn gebaseerd op de volgende nominale waarderingsverschillen ultimo 2025:
| Beschikbare voorwaardse Verliescompensatie |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Stand per 1 januari |
2.137.585 |
47.729 |
| Mutatie in het boekjaar |
-321.451 |
2.089.856 |
| Stand per 31 december |
1.816.134 |
2.137.585 |
Op basis van de opgestelde VPB 2025 (nog niet vastgesteld door de Belastingdienst) heeft Zaam Wonen de beschikking over een compensabel verlies van € 7.039.000. Verwacht wordt dat dit compensabel naar de toekomst toe verrekend kan worden.
| Latente belasting afschrijvingspotentieel |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Stand per 1 januari |
196.613 |
204.686 |
| Mutatie in het boekjaar |
-193.753 |
-8.073 |
| Stand per 31 december |
2.860 |
196.613 |
De latentie als gevolg van fiscaal afschrijvingspotentieel ontstaat alleen indien de fiscale boekwaarde hoger is dan de fiscale bodemwaarde en de fiscale boekwaarde hoger is dan de commerciële boekwaarde (marktwaarde). Indien deze situatie zich voordoet dient een latentie gevormd te worden voor het kleinste van de volgende twee verschillen:
- Fiscale boekwaarde - Fiscale bodemwaarde
- Fiscale boekwaarde - commerciële boekwaarde (marktwaarde)
De fiscale bodemwaarde wordt bepaald rekening houdend met de WOZ-waarde per balansdatum. De latentie wordt tegen de contante waarde berekend (2,29%) rekening houdend met de resterende fiscale levensduur en een lineaire afschrijving.
| Latente belastingvordering als gevolg van verschil commercieel en fiscale waarde leningportefeuille |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Stand per 1 januari |
12.702 |
9.639 |
| Mutatie in het boekjaar |
5.528 |
3.063 |
| Stand per 31 december |
18.230 |
12.702 |
| Latente belastingverplichting leningportefeuille |
|
| Commerciële waarde leningportefeuille per 31 december |
€76.892.328 |
| Fiscale waarde leningportefeuille per 31 december |
€76.818.431 |
| |
€73.897 |
| |
|
| Contante waarde verschil (netto-disconteringsvoet van 2,32%) |
€70.659 |
| Latentie (huidig tarief vennootschapsbelasting 25,8%) |
€18.230 |
De nominale waarde van de latentie bedraagt € 18.230.
Verwacht wordt dat van dit bedrag op balansdatum een bedrag van € 374 binnen een jaar wordt gerealiseerd.
VLOTTENDE ACTIVA
4. Vorderingen
| Huurdebiteuren |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Huurdebiteuren |
447.921 |
438.416 |
| Voorziening wegens oninbaarheid |
-232.922 |
-241.662 |
| Saldo per 31 december |
214.999 |
196.754 |
De huurachterstand huurdebiteuren eind 2025 is 0,86% van de nettojaarhuur (2024: 1,01%).
| Voorziening dubieuze huurdebiteuren |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Stand per 1 januari |
241.662 |
207.016 |
| Dotatie ten laste van de exploitatie |
57.354 |
57.211 |
| Afgeboekte oninbare posten |
-66.094 |
-22.565 |
| Saldo per 31 december |
232.922 |
241.662 |
| |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Zittende huurders: |
|
|
| - te vorderen huren |
106.388 |
86.261 |
| - te vorderen herstelkosten |
11.876 |
4.891 |
| - te vorderen servicekosten |
16.971 |
18.789 |
| - te vorderen vervolgingskosten |
2.124 |
6.259 |
| |
137.359 |
116.200 |
| Vertrokken huurders: |
|
|
| - te vorderen huren |
72.935 |
73.493 |
| - te vorderen herstelkosten |
221.342 |
238.679 |
| - te vorderen servicekosten |
1.306 |
1.249 |
| - te vorderen vervolgingskosten |
14.979 |
8.795 |
| |
310.562 |
322.216 |
| |
|
|
| Totale vordering |
447.921 |
438.416 |
| Af: Voorziening dubieuze debiteuren |
-232.922 |
-241.662 |
| Stand per 31 december |
214.999 |
196.754 |
| Belastingen en premies sociale verzekeringen |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Vennootschapsbelasting |
309.633 |
315.350 |
| |
|
|
| Vennootschapsbelasting |
|
|
| Vennootschapsbelasting 2025 |
-11.065 |
- |
| Vennootschapsbelasting 2024 |
50.900 |
50.900 |
| Vennootschapsbelasting 2023 |
269.798 |
264.450 |
| |
309.633 |
315.350 |
| Overige vorderingen |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Overige vorderingen |
5.486 |
3.871 |
| Overlopende activa |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Nog te ontvangen rente |
10.500 |
41.088 |
| Te ontvangen creditfacturen |
279 |
262.617 |
| Nog te ontvangen verzekeringsuitkering inzake schade |
- |
14.457 |
| Vooruitbetaalde ziektekostenverzekering |
44.392 |
42.340 |
| Overige overlopende activa |
201.630 |
215.020 |
| Totaal overlopende activa |
256.801 |
575.522 |
5. Liquide middelen per 31 december
| Kas |
59 |
59 |
| Rekeningcourant Rabobank |
65.914 |
65.768 |
| Rekeningcourant Rabobank Ideal |
2.395 |
1.308 |
| Bedrijfsspaarrekening Rabobank |
436.507 |
1.868.577 |
| Beleggersrekening Rabobank |
327.659 |
1.846.636 |
| Rekeningcourant BNG Bank |
341.960 |
412.231 |
| |
1.174.494 |
4.194.579 |
De liquide middelen staan ter vrije beschikking van woonstichting Zaam Wonen.
PASSIVA
6. Eigen vermogen
Herwaarderingsreserve
| |
DAEB vastgoed in exploitatie |
Niet DAEB vastgoed in exploitatie |
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden |
Totaal |
| |
€ |
€ |
€ |
€ |
| Stand per 1 januari 2024 |
175.106.690 |
2.431.844 |
895.991 |
178.434.525 |
| Mutatie herwaardering VOV |
- |
- |
294.953 |
294.953 |
| Realisatie uit hoofde van verkoop |
-131.981 |
- |
- |
-131.981 |
| Realisatie uit hoofde van sloop |
- |
-45.065 |
- |
-45.065 |
| Toename uit hoofde van stijging van de marktwaarde |
24.886.302 |
523.126 |
- |
25.409.428 |
| Afname uit hoofde van daling van de marktwaarde |
- |
- |
- |
- |
| Stand per 31 december 2024 |
199.861.011 |
2.909.905 |
1.190.944 |
203.961.860 |
| |
|
|
|
|
| Stand per 1 januari 2025 |
199.861.011 |
2.909.905 |
1.190.944 |
203.961.860 |
| Mutatie herwaardering VOV |
- |
- |
200.961 |
200.961 |
| Realisatie uit hoofde van verkoop |
-117.499 |
- |
- |
-117.499 |
| Realisatie uit hoofde van sloop |
-1.350.131 |
- |
- |
-1.350.131 |
| Toename uit hoofde van stijging van de marktwaarde |
15.608.707 |
478.221 |
- |
16.086.928 |
| Afname uit hoofde van daling van de marktwaarde |
-39.848 |
- |
- |
-39.848 |
| Stand per 31 december 2025 |
213.962.240 |
3.388.126 |
1.391.905 |
218.742.271 |
| |
|
|
2025 |
2024 |
| |
|
|
€ |
€ |
| Stand per 1 januari |
|
|
203.961.860 |
178.434.525 |
| Mutatie herwaardering VOV |
|
|
200.961 |
294.953 |
| Realisatie uit hoofde van verkoop |
|
|
-117.499 |
-131.981 |
| Realisatie uit hoofde van sloop |
|
|
-1.350.131 |
-45.065 |
| Toename uit hoofde van stijging van de marktwaarde |
|
|
16.086.928 |
25.409.428 |
| Afname uit hoofde van daling van de marktwaarde |
|
|
-39.848 |
- |
| Stand per 31 december |
|
|
218.742.271 |
203.961.860 |
De herwaarderingsreserve wordt bepaald op complex-niveau op basis van het verschil in de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van marktwaarde ten opzichte van de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van historische kosten. Hierbij wordt er bij de bepaling van de boekwaarde op basis van historische kosten geen rekening gehouden met afschrijvingen en waardeverminderingen.
| Overige reserves |
|
|
2025 |
2024 |
| |
|
|
€ |
€ |
| Stand per 1 januari |
|
|
88.344.727 |
82.147.146 |
| Resultaatbestemming boekjaar |
|
|
-1.815.758 |
31.724.912 |
| Mutatie herwaarderingsreserve VOV |
|
|
-200.961 |
-294.953 |
| Realisatie uit herwaarderingsreserve (verkoop) |
|
|
117.499 |
131.981 |
| Realisatie uit herwaarderingsreserve (sloop) |
|
|
1.350.131 |
45.069 |
| Mutatie herwaarderingsreserve |
|
|
-16.047.080 |
-25.409.428 |
| Stand per 31 december |
|
|
71.748.558 |
88.344.727 |
Woonstichting Zaam Wonen heeft in haar statuten geen nadere bepalingen opgenomen omtrent de bestemming van het eigen vermogen.
Bestemming van het resultaat over het boekjaar 2024:
De jaarrekening 2024 van woonstichting Zaam Wonen is vastgesteld in de vergadering van de Raad van Commissarissen gehouden op 26 juni 2025.
De vergadering heeft de bestemming van het resultaat ad € 31.724.912 vastgesteld conform het daartoe gedane voorstel.
Voorstel tot bestemming van het resultaat over het boekjaar 2025:
Het bestuur stelt met goedkeuring van de Raad van Commissarissen voor het resultaat over het boekjaar 2025 ten bedrage van -€ 1.815.758 ten laste van de overige reserves te brengen. Dit voorstel is in de jaarrekening verwerkt.
7. Voorzieningen
| Onrendabele investeringen en herstructureringen |
|
|
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
|
|
€ |
€ |
| Onrendabele investeringen en herstructureringen |
|
|
16.063.081 |
2.455.730 |
In 2025 zijn verplichtingen aangegaan voor verbeteringen die onrendabel zijn.
| Onrendabele investeringen en herstructureringen |
|
|
2025 |
2024 |
| |
|
|
€ |
€ |
| Stand per 1 januari |
|
|
2.455.730 |
9.477.065 |
| Dotatie |
|
|
18.771.980 |
2.646.150 |
| Mutatie |
|
|
-6.463.812 |
-6.498.800 |
| Aanpassing dotatie |
|
|
1.299.183 |
-3.168.685 |
| Stand per 31 december |
|
|
16.063.081 |
2.455.730 |
De bovenstaande voorziening is gevormd voor onderstaande projecten waarvan de feitelijke verplichtingen in of voor 2025 zijn aangegaan.
Specificatie Onrendabele investeringen en herstructureringen:
| |
Stand per 1 januari |
Dotatie |
Aanpassing dotatie |
Onttrekking |
Stand per 31 december |
| Herstructurering Nieuwdorp Tranche 1 |
- |
- |
-1.291.279 |
-266.992 |
- |
| Herstructurering Nieuwdorp Tranche 2 |
2.661.358 |
- |
-634.067 |
-2.027.291 |
- |
| Herstructurering Nieuwdorp Tranche 3 |
5.229.204 |
- |
-1.243.339 |
-3.985.865 |
- |
| Sloop Vlek 1 |
- |
2.248.486 |
- |
-190.420 |
2.058.066 |
| Verbeteringen |
28.232 |
397.664 |
- |
-28.232 |
397.664 |
| Totaal |
7.918.794 |
2.646.150 |
-3.168.685 |
-6.498.800 |
2.455.730 |
| |
Stand per 1 januari |
Dotatie |
Aanpassing dotatie |
Onttrekking |
Stand per 31 december |
| Sloop Vlek 1 |
2.058.066 |
- |
1.385.376 |
-2.284.417 |
1.159.025 |
| Sloop Vlek 2 |
- |
4.598.451 |
- |
-23.255 |
4.575.196 |
| Nieuwbouw vlek 2 |
- |
3.602.784 |
- |
-528.435 |
3.074.349 |
| Nieuwbouw vlek 3 |
- |
7.671.980 |
- |
-2.834.050 |
4.837.930 |
| Groene long |
- |
2.300.669 |
- |
-482.184 |
1.818.485 |
| Verbeteringen |
397.664 |
598.096 |
-86.193 |
-311.471 |
598.096 |
| Totaal |
2.455.730 |
18.771.980 |
1.299.183 |
-6.463.812 |
16.063.081 |
Overige voorzieningen
| Voorziening loopbaanontwikkelingsbudget |
|
|
|
2025 |
2024 |
| |
|
|
|
€ |
€ |
| Stand per 1 januari |
|
|
|
79.103 |
76.803 |
| Dotatie |
|
|
|
11.562 |
10.800 |
| Onttrekking |
|
|
|
-8.882 |
-8.500 |
| Stand per 31 december |
|
|
|
81.783 |
79.103 |
De overige voorzieningen hebben betrekking op het loopbaanontwikkelingsbudget. Deze voorziening is gevormd op basis van de van toepassing zijnde regelgeving zoals opgenomen in de cao-Woondiensten. Aangezien het moment waarop deze voorziening zal aflopen onzeker is, is deze voorziening tegen nominale waarde gewaardeerd. Ten aanzien van deze voorziening is niet aan te geven welk deel in de toekomst zal komen te vervallen.
8. Langlopende schulden
Schulden aan overheid
De langlopende schulden zijn als volgt samengesteld:
| |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Schulden/leningen overheid |
1.100.821 |
1.224.715 |
| Schulden/leningen kredietinstellingen |
74.088.968 |
67.467.613 |
| Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden |
2.572.829 |
2.429.285 |
| Verplichtingen u.h.v. extendible leningen |
229.264 |
431.287 |
| Agio Vestia lening |
1.275.291 |
1.307.336 |
| Totaal per 31 december |
79.267.173 |
72.860.236 |
| Schulden/leningen overheid |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Stand per 1 januari |
1.348.547 |
1.572.748 |
| Aflossing |
-123.832 |
-224.201 |
| Stand per 31 december |
1.224.715 |
1.348.547 |
| Aflossingsverplichting komend boekjaar |
-123.894 |
-123.832 |
| Langlopend deel per 31 december |
1.100.821 |
1.224.715 |
| Schulden/leningen aan banken |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Stand per 1 januari |
72.998.455 |
53.983.661 |
| Nieuwe lening |
8.200.000 |
22.500.000 |
| Aflossing |
-5.530.842 |
-3.485.206 |
| Stand per 31 december |
75.667.613 |
72.998.455 |
| |
-1.578.645 |
-5.530.842 |
| Langlopend deel per 31 december |
74.088.968 |
67.467.613 |
Rentevoet en aflossingssysteem
De gemiddelde rentevoet van de leningen bedraagt ultimo boekjaar circa 3,12% (2024: circa 3,08 %).
De leningen worden ineens afgelost (fixe-leningen) of op basis van het annuïteiten-lineaire-systeem.
Rente- en kasstroomrisico
Hierna is de leningportefeuille uitgesplitst naar rentepercentage, renteherziening en naar resterende looptijd.
| |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Marktwaarde per 31 december |
77.484.000 |
81.363.000 |
De marktwaarde van de leningen is de waarde van de leningen, waarbij de toekomstige aflossingsverplichtingen contant gemaakt zijn tegen het actuele rentetarief.
De marktwaarde van de leningen is gepresenteerd volgens de dirty-methode (inclusief opgelopen rente).
Borging door WSW
Per ultimo 2025 is er in totaal voor een schuldrestant ad € 76.329.000 (2024: € 72.925.000) borging verstrekt door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. De marktwaarde van deze geborgde leningen bedraagt € 80.263.000.
Voor een schuldrestant ad € 1.363.000 (2024: € 1.422.000) zijn er garanties door overheden verstrekt.
WSW obligoverplichting
Per 31 december 2025 heeft woonstichting Zaam Wonen een gecommitteerd obligo ten bedrage van € 1.897.000 (ultimo 2024: € 1.407.000).
Agio leningen
| Extendible leningen |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Stand per 1 januari |
431.287 |
400.032 |
| Mutatie |
-202.023 |
31.255 |
| Langlopend deel per 31 december |
229.264 |
431.287 |
Onder de leningen is een zogenaamde extendible lening opgenomen voor een bedrag van € 1,630 miljoen. Bij deze lening betaalt woonstichting Zaam Wonen gedurende het eerste tijdvak een vaste rente die lager is dan de marktrente die op het moment van afsluiten gold. In ruil hiervoor heeft woonstichting Zaam Wonen aan de tegenpartij het recht gegeven om bij het begin van het tweede tijdvak (16-7-2027) te bepalen of er een op het moment van afsluiten bepaalde vaste rente wordt betaald (4,6%) of dat er een variabele rente (12 mnds euribor zonder opslag) wordt betaald.
De belangrijkste kenmerken van deze lening alsmede de reële waarde van de optie voor de bank zijn hieronder weergegeven:
| Lening |
Ingangsdatum |
Afloswijze |
Rente% rentetijdvak 1 |
Rente% rentetijdvak 2 |
Restant looptijd |
Einddatum |
| 24.02.66.242 |
16-07-2007 |
annuïtair |
4,425 |
4,6 |
32 |
17.07.2056 |
| Lening |
Schuldrest 31-12-2025 |
Reële waarde optie ( * € 1 ) |
| 24.02.66.242 |
€1.510.789 |
€ -229.264 |
| Agio Vestia-lening |
|
|
| Stand per 1 januari |
1.307.336 |
1.339.212 |
| Mutatie boekjaar |
-32.045 |
-31.876 |
| Langlopend deel per 31 december |
1.275.291 |
1.307.336 |
De leningruil van de Vestia-lening leidt ertoe dat de lening op niet-marktconforme voorwaarden is aangegaan, uit volkshuisvestelijk motief. De lening is tegen reële waarde in de balans opgenomen. Het verschil met de nominale af te lossen waarde is agio.
De marktrente voor een 40 jarige fixe lening bedraagt 0,535%. De rente van de vestia-lening bedraagt 4,86%.
Dit resulteert in een volkshuisvestelijke bijdrage van € 1.402.454.
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
| |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht |
2.429.285 |
2.218.605 |
| Vermeerderingen / verminderingen |
143.544 |
210.680 |
| Langlopend deel per 31 december |
2.572.829 |
2.429.285 |
De terugkoopverplichting woningen VOV betreft de terugkoopverplichting van onroerende zaken die onder een regeling Verkoop onder Voorwaarden zijn overgedragen aan derden. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd en getoetst aan de bij overdracht ontstane verplichting.
Bij de jaarlijkse toetsing van de terugkoopverplichting wordt rekening gehouden met de waardeontwikkelingen van onroerende zaken en specifieke contractvoorwaarden met derden.
Het aantal woningen overgedragen aan derden onder een VOV regeling bedraagt ultimo 2025 16 (2024: 16). Indien deze woningen aan Zaam Wonen worden aangeboden, dan hebben wij een terugkoopplicht waarbij de waardeontwikkeling van deze woningen voor 50% voor rekening van Zaam Wonen komt. De terugkoopplicht met betrekking tot deze woningen staat op de balans verantwoord onder de materiële vaste activa "onroerende zaken verkocht onder voorwaarden".
9. Kortlopende schulden
| Aflossingsverplichtingen langlopende schulden |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Schulden aan overheid |
123.894 |
123.832 |
| Schulden aan banken |
1.578.645 |
5.530.842 |
| |
1.702.539 |
5.654.674 |
Zaam Wonen heeft bij de BNG Bank een kredietfaciliteit ter grootte van € 2.400.000 (2024: € 2.400.000). Deze faciliteit is op balansdatum niet benut.
| Schulden aan leveranciers |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Nieuwbouwcrediteuren |
940.687 |
20.034 |
| Onderhoudscrediteuren |
700.122 |
1.985.402 |
| Overige |
181.664 |
212.853 |
| |
1.822.473 |
2.218.289 |
| Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Omzetbelasting |
435.330 |
1.051.422 |
| Loonheffing en premies sociale verzekeringen |
84.507 |
90.266 |
| Pensioenen |
29.193 |
29.061 |
| |
549.030 |
1.170.749 |
| Overige schulden |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Nog te verrekenen servicekosten huurders |
16.554 |
- |
| Verhuurderbijdrage |
14.860 |
11.285 |
| |
31.414 |
11.285 |
| Overlopende passiva |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Reservering vakantierechten |
157.579 |
149.303 |
| Niet-vervallen rente |
1.049.271 |
1.046.860 |
| Vooruitontvangen huur |
141.810 |
160.404 |
| Vooruitontvangen huur gemeente Stein |
- |
8.076 |
| Nog te ontvangen onderhoudsfacturen |
40.826 |
248.666 |
| Controle jaarrekeningen en (fiscaal) advieswerkzaamheden |
44.821 |
41.978 |
| Overig |
53.381 |
70.290 |
| |
1.487.688 |
1.725.577 |
NIET IN DE BALANS OPGENOMEN RECHTEN EN VERPLICHTINGEN
Nieuwbouw en sloop
Voor de realisatie van nieuwbouwprojecten resteert aan verplichtingen ultimo 2025 € 17.765.845 (2024: € 946.139).
Voor sloop resteert aan verplichtingen ultimo 2025 € 86.710 (2024: € 449.492).
Planmatig onderhoud - Verbeteringen
Zaam Wonen is ten behoeve van uit te voeren werkzaamheden met betrekking tot planmatig onderhoud per 31 december 2025 verplichtingen aangegaan ter grootte van € 213.874 (2024: € 451.563).
Voor een bedrag van € 1.190.391 (2024: € 397.664) zijn verplichtingen aangegaan voor verbeteringen.
Voor de herstructurering van de 154 woningen in Nieuwdorp staat aan verpichtingen open ultimo 2025 ad € 40.482 (2024:€ 4.221.033).
Gecommitteerd obligo WSW
De zekerheidsstructuur van WSW is in 2021 aangepast. Als gevolg hiervan heeft Zaam Wonen per 30 november 2021 een obligolening met variabele hoofdsom afgesloten bij de BNG Bank. De obligolening bedraagt per 31 december 2025 € 1.897.000 (2024 € 1.407.000). De obligolening is een belangrijk onderdeel van het borgstelsel en de zekerheidsstructuur van WSW. Deze lening wordt opgenomen als WSW grote aanspraken heeft van corporaties die in financiële problemen zijn. Per 31 december 2025 heeft Zaam Wonen/WSW geen aanspraak gemaakt op deze lening. Afhankelijk van de door WSW geborgde leningportfeuille wijzigt de hoogte van de hoofdsom van de obligolening.
Volmacht WSW
Op 3 december 2013 heeft woonstichting Zaam Wonen een onvoorwaardelijke en onherroepelijke volmacht verstrekt aan het WSW tot het vestigen van hypotheek op het WSW onderpand. Deze volmacht houdt niet in dat het WSW direct overgaat tot hypotheekvestiging, maar biedt WSW wel de mogelijkheid daartoe op een moment in de toekomst, wanneer daar aanleiding toe is. De waarde van het onderpand op basis van WOZ bedraagt € 601 miljoen (peildatum 1 januari 2025).
SPW
De pensioenen zijn verzekerd bij pensioenuitvoerder SPW (het bedrijfstakpensioenfonds). Woonstichting Zaam Wonen verwerkt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de winst- en verliesrekening. Voor zover de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie niet is voldaan, wordt deze als verplichting op de balans opgenomen. Indien de reeds betaalde premiebedragen de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover sprake zal zijn van terugbetaling door de pensioenuitvoerder of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies. Woonstichting Zaam Wonen heeft in geval van een tekort bij het SPW geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen anders dan hogere toekomstige premies.
De (maand)dekkingsgraad van SPW bedraagt ultimo 2025 143,1% (ultimo 2024:128,8%). De beleidsdekkingsgraad bedraagt ultimo 2025 134,9% (ultimo 2024 130,3%). Met deze beleidsdekkingsgraad voldoet het pensioenfonds aan de minimaal vereiste dekkingsgraad van 104,2% die is voorgeschreven door De Nederlandsche Bank (DNB). Er is daarom geen sprake van een dekkingstekort. De dekkingsgraad is ook hoger dan de vereiste dekkingsgraad van 126,1%. Er is daarom ook geen sprake van een reservetekort.
Generieke renteaftrekbeperking art. 15b Wet vpb (ATAD)
Vanuit de sector bestaan grote bezwaren tegen de ATAD-renteaftrekbeperking, omdat woningcorporaties oneigenlijk hard worden geraakt door belastingheffing die eigenlijk niet voor hen bedoeld is. De ATAD-wetgeving is namelijk bedoeld om belastingontwijking van multinationals tegen te gaan. Meerdere woningcorporaties hebben bezwaar aangetekend tegen definitieve aanslagen vennootschapsbelasting waarin de ATAD-renteaftrekbeperking is toegepast. De Belastingdienst heeft aangekondigd binnenkort alle bezwaarschriften worden afgewezen, waarna een beroepsprocedure zal volgen. De hoofdlijn in de argumentatie in deze komende procedure is dat de wetgever bij de invoering van de ATAD-renteaftrekbeperking geen uitzondering heeft gemaakt voor woningcorporaties en dat dit getoetst zou moeten worden aan Europese rechtsbeginselen.
Zaam Wonen heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve aanslagen vennootschapsbelasting 2021 tot en met 2023. Onlangs heeft de Belastingdienst het bezwaarschrift tegen het oudste jaar afgewezen. Zaam Wonen heeft besloten om tegen deze uitspraak op bezwaar beroep in te stellen bij de Rechtbank. Deze procedure zal binnenkort worden opgestart.
Zaam Wonen acht de kans dat ze in (beroeps)procedure geheel in het gelijk zal worden gesteld minder dan 50%. Daarom is in de fiscale positie 2025 uitgegaan van de situatie dat de generieke renteaftrekbeperking van toepassing is.